Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.

Ik denk dat iedereen het weleens ervaren heeft. Je geeft iets aan een persoon waar je van houdt. Een bos bloemen, een kaart, een boekenbon. Wat dan ook. En het blije gezicht, de dankbaarheid van de ander maakt je blij. Gelukkig zelfs. Jij raakt iets kwijt, maar krijgt er geluk voor terug. Geluk kan je niet kopen, maar wel terugkrijgen als je iets voor iemand gekocht hebt. Soms is het iets lastiger. Als je iemand iets geeft – weggeeft – wat je zelf dierbaar is.  Dan is het moeilijker om te geven. En als het je tóch lukt doet het ook een beetje pijn. Je mist dat voorwerp waar je ook zelf aan gehecht was. Het is moeilijker iets te geven waar je een band mee hebt. Maar als je dan blijdschap terugkrijgt… Ik gaf eens iemand zoiets en hij moest er van huilen. Zo blij was hij met zijn nieuw verkregen bezit. Dat vergoedt veel, alles eigenlijk. Uiteindelijk ben ik er gelukkiger van geworden dan wanneer ik het voor mezelf had gehouden.

Maar het is me ook wel gebeurd dat ik iemand iets wílde geven en de ander wilde het niet ontvangen: ”Dat is te gek, dat wil ik niet aannemen. Dat had je niet moeten doen”. Als het dan om een bos bloemen of zoiets gaat lukt het na enig aandringen nog wel. Maar wat als je iemand je hulp aanbiedt. Een luisterend oor. Of een stofzuiger door het huis. Of op de kinderen passen als zij het zelf even niet meer kan. Wat heerlijk als dat wordt geaccepteerd. Maar als het jou overkomt vind je het dikwijls “te overdreven”.  Dat kan ik niet aannemen. En je werkt harder, geeft nóg meer van je niet aanwezige energie om het zélf te doen.  Ik geef liever dan ik ontvang, zeg je dan.

Heb je weleens bedacht dat als jij ontvangt je iemand anders de gelegenheid gééft om jou een plezier te doen. Jij kan geven door te ontvangen. Je geeft de ander het geluk om te mogen geven. En geven maakt gelukkiger dan ontvangen. Je maakt de ander gelukkig door zijn of haar hulp te ontvangen.  Juist die prachtige wisselwerking maakt dit woord zo bijzonder. Want als jij weer iets hebt ontvangen kan je tot rust komen. Aansterken. Op adem komen. En zo weer iets doorgeven. Waar jij dan weer gelukkig van wordt. En de ander ook. En zo ben je een stukje in een eindeloze cirkel van geven en ontvangen.  Niet geven en nemen. Maar geven en doorgeven en ontvangen en geven. Begin er eens aan.



Share on facebook


Share on twitter


Share on linkedin

Veiligheid, Liefde, Aanvaarding, Geborgenheid

Zo begonnen we allemaal aan het leven. Handen samen, ogen dicht. Verantwoordelijk voor niets anders dan er te zijn. Klaar om te ontvangen wat we nodig hebben. Veiligheid, Liefde, Aanvaarding en Geborgenheid. Langzaam ontsluiten we onze ogen en openen onze handjes om ze te laten vullen. En als het dan onveilig wordt, of liefdeloos of de aanvaarding ontbreekt, gaan we van positie veranderen. Een moeder kan een slachtoffer zijn van vader, een vader kan zomaar een onvolgroeide puber zijn die niet in staat is om te geven wat hij zelf nooit ontvangen heeft. En dan veranderen we allemaal van positie. Onze broers en zussen, onze ouders en later ook weer onze man of vrouw en onze kinderen en zelfs kleinkinderen. Steeds weer werkt iedereen hard om te krijgen wat hij nodig heeft. Waar hij recht op heeft. Om steeds weer te ervaren dat geven en ontvangen in balans moeten zijn. En als dat niet zo is ontstaan er onterechte claims, lege onveilige plekken waar we van alles instoppen omdat er niets is wat de leegte kan vullen. Tot we het gaan zien. Zien dat het geen onwil was, maar onmacht. Dat bewustwording het begin van de verandering is. En zelfs als je denkt alles aardig op orde te hebben en al meer dan 40 jaar getrouwd bent, zelfs dan kan het alsnog tijd worden dat je ogen opengaan zodat je handen én je hart kunnen ontvangen wat werkelijk geneest. Dan kun je je verbinden met God, met je (inmiddels overleden) ouders, met jezelf en – opnieuw – met elkaar. Maar het was een hele weg om mij te worden.

 



Share on facebook


Share on twitter


Share on linkedin

Wat dénk je wel.

Wat denk je? We zeggen het zomaar. Maar er zit een wereld achter. Meestal heb je de “controle” over je gedachten. Besef je dat je gedachten hébt en dat je niet je denken bént. Je gedachten kunnen zomaar met jou! aan de haal gaan. Een verkeerd woord, een boze blik. En als dat dan één keert gebeurt gaat het nog wel. Maar als je het slikt, en slikt en uiteindelijk uitbarst: “Jij denkt ook ALTIJD alleen maar aan voetbal (of zo) en NOOIT heb je aandacht voor mij”. Dan barst de bom. Die misschien niet eens een bom was. Want het is niet gezegd dat hij aan voetbal dacht of jij aan jouw dingetje. En als het al zo was heeft het te lang geduurd! En dan komen deze woorden verwarring zaaien. ALTIJD en NOOIT. Daarom zeg ik ook ALTIJD, zeg NOOIT NOOIT, want dat is ALTIJD verkeerd en NOOIT goed. Even bij iemand anders denken? Neem contact op en je hoeft niet meer alleen maar “ik dacht bij mijzelf” te denken.

Zeg nooit nooit, want dat gaat altijd fout.

Wandelen levert mooie inzichten

Wandelen levert soms prachtige inzichten. Deze boomstronk was niet meer bedoeld om verder te leven. Afgehakt stond hij te wachten op de totale vergankelijkheid. En toch bracht hij een nieuwe scheut voort. Hij begon opnieuw in een uitzichtloze situatie.  Er is altijd hoop.  In ons leven komt het nogal eens voor dat er iets wordt afgesneden. Soms een relatie, soms een baan, een vakantie die niet door kan gaan. Soms nog erger, verlies van een dierbare, een kind zelfs. Dan ziet het er hopeloos uit. En toch is er een reden waarom we verder leven.  Hoe kwetsbaar en teer ook,we kunnen een nieuwe scheut voortbrengen.  Anderen helpen met onze ervaring bijvoorbeeld. Dat kan ergens licht brengen. Een klein scheutje hoop, maar het is er dan wel. Moed putten uit kleine dingen. Hoop op zinvolle dingen. Zelf geloof ik dat er een plan achter dit leven zit. Dat het leven bedoeld is als een oefenplaats om te worden wie we moeten zijn.  Wie we zullen worden. We zullen in een volgende fase van ons bestaan ontdekken wat we kunnen met onze pijn van nu.  Daarom is er altijd hoop